Gids
Het terreinprofiel: het reliëf van uw terrein, van opzij
Bijgewerkt op · regels geldig in Vlaanderen sinds 1 maart 2026
Het inplantingsplan toont uw project van bovenaf. Het terreinprofiel toont het van opzij: het reliëf van het terrein langs een lijn die door uw project loopt, met de hoogte van de constructie erop, het peil van de weg als referentie en de hoogte bij de buren.
Het is de tekening die aanvragers het vaakst vergeten, en de eerste die de gemeente bijvraagt. Het normenboek voor aanvragen zonder architect wil er twee, in twee richtingen.
Wat een terreinprofiel toont
Een terreinprofiel (code T in het normenboek) is een verticale snede door het terrein. U kiest een lijn op het inplantingsplan, bijvoorbeeld van de straat tot achteraan de tuin door het midden van het tuinhuis, en u tekent wat u zou zien als u het terrein langs die lijn doormidden zou snijden.
- het bestaande maaiveld, dus het reliëf vóór de werken, en het nieuwe maaiveld als u ophoogt of afgraaft
- de constructie zelf, met haar hoogte tot de kroonlijst en tot de nok, of haar diepte voor een zwembad
- een referentiepeil, meestal het peil van de weg of van het voetpad ter hoogte van het perceel
- de perceelsgrenzen, en het peil van het terrein bij de buren tot enkele meters voorbij de grens
- de bestaande woning als de lijn erdoor loopt, en de schaal

Waarom het loket er twee wil
Het normenboek vraagt terreinprofielen ‘in minstens twee richtingen’, met het reliëf voor en na de werken, het referentiepeil op de weg en de peilen bij de buren. De samenstellingsmatrix van het normenboek zet de code T bij elk van de projecten die deze site dekt: vrijstaande bijgebouwen, niet-overdekte constructies, afsluitingen en aanbouwen.
De reden is eenvoudig. Op een vlak perceel lijkt het profiel overbodig, maar de gemeente kan dat niet weten zonder het te zien. Op een hellend perceel beslist het profiel over alles: een tuinhuis van 3,4 m dat op een talud staat, kan aan de straatkant 4,5 m hoog lijken. En bij een zwembad of een ophoging toont het profiel hoeveel grond er verplaatst wordt, wat op zichzelf vergunningsplichtig kan zijn.
De gemeente beslist over de volledigheid
Sommige diensten omgeving aanvaarden voor een vlak perceel één profiel of een vereenvoudigde schets. Reken daar niet op: een dossier dat beide profielen bevat, wordt nooit om die reden onvolledig verklaard, en het volledigheidsonderzoek van 30 dagen begint opnieuw bij elk bijgevraagd stuk.
Twee richtingen: AA’ en BB’
De gewoonte is om de eerste lijn, AA’, van de straat naar de achterste grens te trekken, door het project, en de tweede, BB’, er dwars op, van de ene zijgrens naar de andere. Beide lijnen staan op het inplantingsplan, met hun letters, zodat de ambtenaar het profiel op het plan kan terugvinden.
Kies de lijnen op het inplantingsplan
Door het midden van het project, tot voorbij de perceelsgrenzen. Loopt de lijn door de woning, dan tekent u de woning mee: dat geeft de gemeente meteen de verhouding tussen de hoogte van het project en die van het huis.
Lees de hoogtes af
Om de meter of om de twee meter langs de lijn, in meter TAW (Tweede Algemene Waterpassing, het Belgische referentiepeil). Op een vlak perceel volstaan een paar punten; op een helling neemt u er meer.
Zet het project erop
Met zijn vloerpeil, zijn kroonlijst en zijn nok, of zijn diepte voor een zwembad. De hoogte die het Vrijstellingenbesluit bedoelt, meet u vanaf het maaiveld tot het hoogste punt.
Zet het referentiepeil erbij
Het peil van de weg of van het voetpad, en de peilen bij de buren tot enkele meters voorbij de grens. Dat zijn de twee ijkpunten waarmee de gemeente uw hoogtes controleert.
Waar de hoogtes vandaan komen
De eenvoudigste bron is het Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen II van Digitaal Vlaanderen: een raster van 1 m op 1 m dat voor elk punt in Vlaanderen de hoogte van het maaiveld geeft in meter TAW, opgemeten per laserscan vanuit een vliegtuig. Het is openbaar en gratis, en het is wat deze site gebruikt om de profielen te tekenen: de lijnen AA’ en BB’ worden om de meter uitgelezen.
Twee grenzen aan die bron. Het model dateert van de laatste vlucht en kent een terrein niet dat u sindsdien hebt opgehoogd of afgegraven; controleer dan de peilen ter plaatse. En het model meet het maaiveld, niet het vloerpeil van uw woning: dat leest u af van uw bouwplannen of meet u zelf.
Zelf meten kan met een lange waterpas en een lat, of met een laserwaterpas: u zet een referentiepunt aan de straat en meet de verschillen. Voor een tuinhuis op een vlak perceel is dat een half uur werk. Bij een sterk hellend terrein, of als het profiel beslist over een verplichte hoogte, is een opmeting door een landmeter-expert de veilige weg.
Reliëfwijziging: wanneer het profiel beslist
Het Vrijstellingenbesluit behandelt het wijzigen van het reliëf apart van het bouwen. Een zwembad uitgraven hoort bij het zwembad, maar de uitgegraven grond elders op het perceel uitspreiden, een talud aanleggen of een terras ophogen kan op zichzelf een vergunning nodig hebben. Het terreinprofiel is de tekening waarop de gemeente dat beoordeelt: het toont het maaiveld voor en na, en dus hoeveel er verandert.
Teken de nieuwe toestand als u iets wijzigt
Blijft het maaiveld zoals het is, dan volstaat één lijn per profiel. Hoogt u op of graaft u af, teken dan de bestaande en de nieuwe toestand op hetzelfde profiel, in twee lijnstijlen, en zet de code BN (bestaand en nieuw) in de bestandsnaam.
De fouten die de gemeente ziet
- Eén profiel in plaats van twee, of twee profielen in dezelfde richting.
- Een profiel dat stopt aan de perceelsgrens: de peilen bij de buren ontbreken.
- Geen referentiepeil: hoogtes zonder ijkpunt zijn niet te controleren.
- Een hoogte gemeten tot de kroonlijst waar het besluit de nok bedoelt.
- Een profiellijn die niet op het inplantingsplan staat, of er andere letters draagt.
- Een verticale schaal die van de horizontale verschilt zonder dat het vermeld is.
Twee terreinprofielen, automatisch getekend
De assistent leest het Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen langs twee lijnen door uw project en tekent de profielen met het peil van de weg als referentie. Inbegrepen in het Volledig dossier.
Vanaf 29 € · gratis voorbeeld voor u betaalt
Veelgestelde vragen
Is een terreinprofiel verplicht voor een vlak perceel?
Volgens de samenstellingsmatrix van het normenboek hoort de code T bij alle projecten die deze site dekt. Sommige gemeenten zijn soepel voor een vlak perceel, maar het is de gemeente die over de volledigheid beslist, niet u. Twee eenvoudige profielen kosten minder dan een bijgevraagd stuk en 30 dagen extra.
Wat betekent TAW?
Tweede Algemene Waterpassing: het Belgische referentiepeil, waarvan het nulpunt ongeveer het gemiddelde laagwater in Oostende is. Alle officiële hoogtes in België, van het hoogtemodel tot de bouwplannen, worden in meter TAW uitgedrukt. Voor uw dossier volstaat het dat alle peilen in dezelfde eenheid staan.
Op welke schaal teken ik een terreinprofiel?
Meestal 1/100 of 1/200, dezelfde schaal in beide richtingen. Een grotere verticale schaal maakt kleine hoogteverschillen zichtbaar, maar vermeld ze dan uitdrukkelijk op de tekening, anders leest de ambtenaar verkeerde hoogtes af.
Hoe maakt deze site de terreinprofielen?
De assistent tekent de lijnen AA’ en BB’ automatisch door uw project, leest het Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen om de meter uit, neemt het peil van de weg als referentie en zet uw constructie erop met de hoogtes die u opgeeft. U kunt de lijnen verplaatsen voor u betaalt. Het resultaat zijn twee aparte bestanden met de code T.