Gids
Constructietekening, grondplan, gevels en snede
Bijgewerkt op · regels geldig in Vlaanderen sinds 1 maart 2026
Het inplantingsplan zegt waar uw project staat, het terreinprofiel hoe het terrein loopt. De constructietekening zegt hoe het project er zelf uitziet: zijn grondvlak, zijn gevels, zijn hoogtes en zijn materialen. Het is de tekening waarop de gemeente naar de kroonlijst en de nok kijkt, en dus naar de drempels van 3,5 m, 3 m en 4,5 m.
Voor een vrijstaand bijgebouw volstaat één tekening. Voor een veranda of een aanbouw vraagt het normenboek drie aparte bladen.
Eén tekening of drie
| Project | Wat het normenboek vraagt | Code |
|---|---|---|
| Vrijstaand bijgebouw: tuinhuis, carport, garage, pergola, dierenverblijf | één constructietekening met grondplan, gevels en snede op hetzelfde blad | C |
| Zwembad, terras, verharding | één constructietekening met het grondvlak, de diepte of de opbouw | C |
| Afsluiting, tuinmuur, poort | één constructietekening van een typisch vak, met hoogte en materialen | C |
| Veranda, aangebouwde carport, aanbouw | grondplan, geveltekening(en) en snede, elk als apart bestand | P, G, S |
Het verschil is niet willekeurig. Een vrijstaand bijgebouw is een eenvoudig volume dat op één blad past. Een aanbouw raakt de woning: de gemeente wil apart zien hoe hij op de gevel aansluit (geveltekening), hoe hij van binnen indeelt (grondplan) en hoe hoog hij komt tegenover de bestaande kroonlijst (snede).
Wat op een constructietekening staat
- het grondplan: de buitenmaten van de constructie, de plaats van deuren en ramen, de dikte van de wanden
- de gevels: elke zijde van opzij, met de hoogte van de kroonlijst en van de nok of de dakrand
- de snede: een verticale doorsnede die de dakhelling, de vloer en de fundering toont
- de materialen: wanden, dak, schrijnwerk, kleur, in een korte tekst naast de tekening
- de schaal, 1/50 of 1/100, en een tekeningkader zonder persoonsgegevens

De hoogtes die tellen
Drie hoogtes komen op elke constructietekening terug, en ze beslissen over uw dossier. De hoogte tot het hoogste punt (de nok of de dakrand) telt voor de vrijstelling: hoogstens 3,5 m voor een bijgebouw. De kroonlijst (de onderkant van het dakvlak) en de nok tellen voor de architect: hoogstens 3 m en 4,5 m om zonder architect te mogen aanvragen.
Meet vanaf het maaiveld
Alle hoogtes worden gemeten vanaf het bestaande maaiveld ter plaatse van de constructie, niet vanaf een vloerplaat of een sokkel. Staat het tuinhuis op een talud, dan leest u die hoogte af van het terreinprofiel. Een sokkel van 30 cm heeft al menig tuinhuis uit de vrijstelling gehaald.
Schaal, maten en materialen
Het normenboek aanvaardt schalen van 1/20 tot 1/25 000; voor een constructietekening zijn 1/50 en 1/100 de gewoonte. Zet de buitenmaten in meter met twee decimalen, de hoogtes ook, en vermeld de dakhelling in graden of in procent. De maten op de tekening moeten overeenstemmen met die op het inplantingsplan en in de beschrijvende nota: een tuinhuis van 4,00 op 3,00 m op het ene plan en 4,20 op 3,10 m op het andere leidt tot een vraag om verduidelijking.
De materialen horen erbij omdat de gemeente ze toetst aan het RUP, de verkaveling of de gemeentelijke verordening: een houten tuinhuis met een groen dak wordt anders bekeken dan een betonnen garage met een sectionaalpoort. Een korte lijst volstaat: skelet, gevelbekleding, dakbedekking, schrijnwerk, kleur, fundering.
Voor een veranda of aanbouw: grondplan, gevels en snede
Sinds 1 maart 2026 vraagt elke aanbouw aan de woning een omgevingsvergunning. Het dossier bevat dan een grondplan (P) van de aanbouw, een geveltekening (G) van elke gevel die verandert, en een snede (S) door de aanbouw en de aansluiting op de woning. Elk blad is een apart bestand met zijn eigen code.
De bestaande toestand van de woning
De gemeente kan ook het grondplan van de ruimte vragen waartegen u bouwt, met de functie en de binnenafmetingen. Dat kent alleen u: gebruik de plannen van uw woning of meet zelf op. Deze site tekent de nieuwe toestand van de aanbouw; de bestaande toestand van de woning voegt u erbij.
De pagina Vergunning veranda geeft de drempels en het volledige dossier voor een aanbouw.
Zelf tekenen of laten tekenen
Een constructietekening van een eenvoudig tuinhuis kunt u met de hand maken op ruitjespapier, op schaal 1/50: elk vakje van 5 mm is dan 25 cm. Veel fabrikanten van tuinhuizen en carports leveren ook technische fiches met gevels en maten die u als basis kunt gebruiken, op voorwaarde dat u er de schaal, de hoogtes vanaf het maaiveld en de materialen bijzet.
De assistent van deze site tekent de constructietekening automatisch uit de maten die u opgeeft: breedte, lengte, hoogte van de kroonlijst en van de nok, soort dak, materialen. Voor een veranda maakt hij de drie bladen P, G en S. U ziet het resultaat voor u betaalt.
Grondplan, gevels en snede, uit uw maten
Geef breedte, lengte, kroonlijst, nok en materialen op: de assistent tekent de constructietekening, of de drie bladen voor een veranda. Inbegrepen in het Volledig dossier.
Vanaf 29 € · gratis voorbeeld voor u betaalt
Veelgestelde vragen
Moet ik alle vier de gevels tekenen?
Voor een vrijstaand bijgebouw: ja, op de constructietekening, al zijn twee gevels vaak identiek. Voor een aanbouw: alle gevels die door de werken veranderen, meestal de achtergevel en één of twee zijgevels.
Welke hoogte telt voor de 3,5 m van de vrijstelling?
De hoogte tot het hoogste punt, gemeten vanaf het maaiveld: de nok bij een hellend dak, de dakrand bij een plat dak. Niet de kroonlijst. Die telt wel, samen met de nok, voor de vrijstelling van de architect (3 m en 4,5 m).
Heb ik een constructietekening nodig voor een terras?
Ja, als het terras vergunningsplichtig is: een eenvoudige tekening met het grondvlak, de opbouw (tegels op tegeldragers, klinkers op fundering, hout op balken) en de hoogte boven het maaiveld volstaat. De gemeente kijkt vooral naar het materiaal en de waterdoorlatendheid.
Mag de constructietekening van de fabrikant komen?
Ja, als ze op schaal is, de hoogtes vanaf het maaiveld toont en geen persoonsgegevens of reclame bevat. Voeg de materialen toe als ze ontbreken, en geef het bestand de naam van het normenboek, met de code C.